Als je in Guatemala bent en je kunt slechts één van de vele mooie plekken bezoeken, zal iedereen die je om advies vraagt je met klem op het hart drukken Tikal te bezoeken. Tikal is een gegeven hier, een must do, geen twijfel over mogelijk. De vele oude Mayacomplexen in deze regio zijn allemaal de moeite waard maar in geen van de buurlanden noch in Guatemala zelf kent Tikal een gelijke. Niet vanwege de prachtige sculpturen in de tempels, want die zijn in het immense complex – in tegenstelling tot in al die andere – nergens te vinden. Maar omdat het complex en zijn tempels zo massaal en imposant zijn. Omdat de tempels hoog boven de bomen van het oerwoud waarin het complex al eeuwen verscholen ligt uittorenen. Omdat je het je haast niet voor kunt stellen dat ze eeuwen geleden door mensenhanden zijn gebouwd en dat priesters de steile trappen betraden.
Op het moment dat je door het oerwoud wandelt en de eerste tempel ziet opdoemen boven het gebladerte begrijp je meteen waarom iedereen laaiend enthousiast terugkeert van een – vrij lange en onaangename – reis naar Tikal. Vele toeristen doen dagelijks het park aan, maar toch hoor je overal om je heen de geluiden van het oerwoud. Het krioelt er van leven. Apen, vogels in alle kleuren van de regenboog, neusbeertjes en natuurlijk insecten in overvloed. Nadat de laatste Maya’s het complex verlieten leidden de tempels eeuwenlang een onopgemerkt bestaan tussen de wouden. Geleidelijk nam de natuur bezit van het voormalige epicentrum van de Mayawereld. Op verschillende – iets meer afgelegen – plaatsen zie je Guatemalteken met kruiwagens in de weer om een recent ontdekte tempel bloot te leggen. Pas in de negentiende eeuw ‘ontdekten’ welgestelde Europeanen het complex opnieuw nadat zij allerlei verhalen hadden gehoord van plaatselijke boeren.
De twee hoogste tempels van het complex tellen respectievelijk 57 en 62 meter. En dat is als je het moet beklimmen via een steile en gammel ogende houten trap zowel een aanslag op de conditie als op de zenuwen. En lekker uitpuffen na de beklimming is er ook niet echt bij. De randen waarop je kunt zitten en lopen zijn flinterdun. En onder je zie je in een bijna loodrechte hoek diep onder je de wortels van de bomen. Kuifje had het hier in zijn broek gedaan.
Klik hier voor de foto’s.
Dat is geen houten trap, dat is een houten ladder! Doodeng.
Maar het ziet er wel prachtig uit daar!
Door:Eveline opaugustus 2, 2009
op9:15 am